Dit gedicht over Westervoort werd eerder ontvangen door twee leden van de Historische Kring. Het werd geschreven door H. Wolke uit Twello en al vóór 1940 geschreven. Het werd gepubliceerd in BijdeTijd, jaargang 14, maart 1997, pagina 184.
Wel, sprak een Hollander verstoord,
Als men per trein langs Arnhem spoort
En ziet wat in het Oosten gloort.
Dan noemt men dat daar Westervoort.
De trein dendert voort pal naar het Oosten
En geenen burger kan mij troosten,
Hoe ik ook vraag aan wie mij hoort:
Wat is het West- of Oostervoort?
Liet God hier de streeken draaien
Zodat de winden anders waaien?
Want westenwind voert mij gezwind
Naar ’t Oosten waar men Westervoort vindt …
God scheidde hier ook de waterstroomen:
Liet uit de Rijn de IJssel koomen
De Rijn naar west en d’IJssel noord
Zo stroomen ze vanaf Westewoort.
En, als men het Carnaval hoort luiden
Waant men zich ook nog in het Zuiden
Bij vroolijke gastvrije menschen.
Wat kan men zich nog beter wenschen!
In Oost en West, in Zuid en Noord
Is er maar één plek: Westervoort.
