Gemeenteraadsverkiezing

Met de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart voor de deur, viel ons oog op een artikel van de hand van Hans Lamers. Het is veertig jaar geleden geschreven en geeft een leuke inkijk in de samenstelling van en de verkiezingen voor de Westervoortse gemeenteraad rond 1880.

“AAN HET HOOFD DER GEMEENTE .. “

Vraag aan een willekeurige Westervoorter naar het hoofd van de gemeente en hij/zij zal u zeggen dal dat de burgemeester is. Fout! Aan het hoofd van de gemeente staat de raad’, bepaalt onze grondwet al sinds 1848 en zo hoort het natuurlijk ook in een democratische rechtsstaat, waarin de bevolking zichzelf via gekozen vertegenwoordigers bestuurt. Sinds kort hebben we weer onze vertegenwoordigers gekozen, zoals altijd om de vier jaren. Iedereen vanaf 18 jaar, man of vrouw, mocht in het stembureau het rondje voor de naam van de man of vrouw van zijn keuze rood maken. En dan maar afwachten of de eigen partij gewonnen of verloren heeft aan het einde van de dag.

 

Raadsverkiezingen een eeuw geleden 

In feite maakten honderd jaar geleden maar een paar mannen (helaas, dames) de dienst uit. Algemeen kiesrecht – voor allen boven een bepaalde leeftijd – was iets waarvan sommigen alleen nog maar droomden. Dal zou nog ruim dertig jaar op zich laten wachten.  Alleen mannen, ouder dan 23 jaar, die minstens f 13,- betaalden in de directe belastingen, mochten stemmen. En het waren er niet zoveel, die aangeslagen werden in de grond-, patent-, of personele belasting en dan ook nog boven de grens kwamen. Op een inwonertal van 1685 bij het begin van 1886 waren dat er … precies 75, dus iets meer dan 4%. (En nu? Bijna 66% van de 13.000 inwoners!) Van een volksvertegenwoordiging kon je dus nauwelijks spreken. De gemeenteraad van Westervoort telde zeven leden, de wethouders incluis. Ze traden niet allemaal tegelijk af, zoals nu om de vier jaar.

Wie gekozen was, mocht zes jaar blijven zitten, maar om de twee jaren trad een derde deel van de raad af. Dat betekende dus, dat er elke twee jaar verkiezingen moesten worden gehouden en soms nog eens tussendoor, als er iemand bedankte. Wij krijgen eenmaal per vier jaar een oproepingskaart in de bus om daarmee op een bepaalde dag naar een schoollokaal te gaan en dan een stembiljet met de namen van de kandidaten erop in het geheim in te vullen. 

Een eeuw geleden ging dat heel anders. Een week vóór de dag van de stemming kregen de kiezers een brief met een oproep voor de stemming en daarin meteen dan een briefje met het zegel van de gemeente. Dat briefje konden ze dan op hun gemak thuis invullen. En wie dat wilde kon daarover overleg plegen met zijn buurman, vrienden. enz. En dan moest men één of hooguit twee namen op dat briefje schrijven van mensen, die men geschikt vond voor de functie van raadslid. Op de dag van de stemming moest de kiezer hel stembriefje in persoon’ bij het stembureau inleveren, tussen 9.00 uur en 17.00 uur. De volgende dag werden de stemmen pas geteld.  Als een kandidaat geen meerderheid van stemmen behaalde, moesten de burgers hun plicht opnieuw doen: twee weken later de herstemming. En dat gebeurde in Westervoort herhaaldelijk. 

Boeren en een kastelein 

Wie zaten er nu in de gemeenteraad in 1886? Er kwamen dat jaar – bij uitzondering – geen verkiezingen. Maar wel het jaar daarvoor en ook in 1887. Sinds 1885 stonden aan het hoofd der gemeente de volgende notabelen: 

Steven Wissing uit de Klapstraat, 44 jaar, landbouwer en tevens poldermeester van de dorpspolder Geldersoord en Westervoort; Hendrik Evers uit de Heilweg, 56 jaar, landbouwer en tevens heemraad van het polderdistrict Lijmers; Johan de Groen, kastelein aan de Veerdam, 69 jaar; Martinus Roelofs van de IJsseldijk, 54 jaar en zijn buurman Frits Frederiks, 49 jaar, allebei landbouwers en de laatste ook nog secretaris en ontvanger van de dorpspolder Geldersoord en Westervoort; Hendrik van Zadelhoff, 65 jaar, landbouwer aan de IJsseldijk; en tenslotte Adolph Pruyn, 34 jaar, ook weer landbouwer, aan de Schans. 

Drie Nederlands Hervormden en vier katholieken. Een aardige afspiegeling van de bevolking? Dat valt te betwijfelen. In elk geval mannen, die ook op andere plaatsen bestuurszetels bezetten.

Het dagelijks bestuur van de gemeente werd gevormd door de Nederlands Hervormde burgemeester August Gottlieb Marin, die voor zijn functie een jaarwedde van f. 600 genoot – en hij was tevens secretaris – en de eerdergenoemde Wissing en Evers, elk voor een jaarwedde van f 25.-.  En de overige raadsleden? Die kregen gewoon niets dan waardering en aanzien. 

Kom daar nu maar eens om, nietwaar dame, en heren volksvertegenwoordiger?

Hans Lamers.